sinds begin deze eeuw de Europese cinema hebben veroverd, zien de erfenis van 1989 wel onder ogen. De rode draad in de Nieuwe Roemeense Cinema is het lot van een onmachtige Roemeen-met-de-pet, die zich door zijn maatschappelijke sores heen probeert te ellebogen maar overal tegen muren aanloopt. Sociale onduidelijkheid overheerst – gefilmd in een realistische docudramastijl en voorzien van een stevige scheut typisch Oost-Europese, bitterzwarte humor.
Dat geldt allemaal ook voor The Paper Will Be Blue, die de chaotische gebeurtenissen van de nacht dat Ceausescu vluchtte laat zien door de ogen van een gewone soldaat. Vraag je af wat je zelf deed in de nacht van 22 op 23 december 1989, voordat je deze jongen bekijkt, die op zijn manier de situatie vooruit probeert te helpen maar eigenlijk geen idee heeft wat er gebeurt en met zijn relatief initiatiefrijke gedrag vooral problemen veroorzaakt en niets oplost.
De stijl is zeer realistisch – documentair bijna. Het maakt de film zo toegankelijk als een nieuwsreportage en zo spannend als een live verslag. Want wie schiet op wie? En waarom? Er is sprake van ‘terroristen’, leger en milities opereren naast elkaar, het is onduidelijk wie er nog aan de kant van het regime staat en de communicatiemiddelen haperen, zodat het kan gebeuren dat de ene soldaat aan de andere vraagt: ‘Zijn we nu aan het muiten of niet?’
Het is een chaos die voortduurt: ook twintig jaar later is nog veel onduidelijk van wat er gebeurde tijdens de Roemeense revolutie. Een revolutie zonder helden, zonder iconen en zonder echte machtswisseling. Maar wel een revolutie die inmiddels de spannendste nieuwe cinema van Europa heeft voortgebracht.
KD